Over Cranio

Craniosacraaltherapie is gebaseerd op ontdekkingen van osteopaten William Garner Sutherland en John Upledger. Zij namen tijdens hun onderzoekswerk waar dat het zenuwstelsel, dat zich binnen de Dura Mater bevindt, op een ritmische wijze beweegt, zoals de eb- en vloedbewegingen van de zee.

In een gezond lichaam, zo stelden zij, is er genoeg ruimte voor de werking van het craniosacrale systeem en zijn ritme. Verstoringen in deze ritmische ‘ademhaling’ van het zenuwstelsel geven verstoringen in de hoeveelheid levensenergie die dit systeem kan bevatten. Dit kan zich tonen op alle lagen van het systeem: fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel.

Verstoringen ontstaan door onder meer verwondingen, verkeerde voeding, emotionele kwetsuren, medicijnen of andere chemicaliën, langdurige fysieke of psychische overbelasting, slecht functionerende organen en littekens. Een voorbeeld: als iemand valt op een moment dat hij toch al emotioneel belast is, dan is het lastiger voor het lichaam om te herstellen. De kwetsuur aan bijvoorbeeld de heup kan dan via de verbindende weefsels uiteindelijk leiden tot onevenwicht in het hele bewegingsapparaat en (dus) beperkingen in het centraal zenuwstelsel. De ‘ademruimte’ wordt minder, en dat heeft weer andere verstoringen tot gevolg.

Soms treedt de verstoring direct bij het centraal zenuwstelsel op en werkt dan door naar andere plekken. Als de schedel van een baby na de geboorte niet volledig openplooit, wat wel de bedoeling is, krijgen de hersenen en zenuwstelsel niet de maximaal mogelijke ruimte. Omdat de weefselstructuren samenhangen, kan het kind dan bijvoorbeeld problemen krijgen met de stand van het hoofd of het bekken.

Wat we met cranio doen, eenvoudig gezegd, is het systeem helpen bij het innemen van de maximaal mogelijke ruimte – op alle lagen. Dat geeft de mens de mogelijkheid zijn volle potentieel te bereiken. Het lichaam is dan in balans en ontwikkeling is mogelijk.

Een craniotherapeut heeft geleerd om middels het craniosacraal ritme te voelen waar in het weefsel zich verstoringen bevinden. Door het ritme te volgen en naar de verstoring te luisteren via een subtiele, zachte aanraking en zonodig een therapeutisch gesprek, kan het lichaam op diep niveau ontspannen en kunnen verstoringen als vanzelf oplossen. Hiermee ontstaat er weer ruimte waardoor het weefsel zijn taak weer volledig kan uitvoeren.